top of page

Nanette en Bastiaan

“Er valt niets meer te zeggen.”

Nanette kruist de armen, duwt haar rug in de leuning en haar mondhoeken treuren. Bastiaan daagt haar uit door een afkeurend sisgeluid in haar richting te blazen. Wanneer ik hem vraag om woorden te geven aan het gesis, antwoordt hij dat ze dit ‘altijd’ flikt. Ze praat ‘niets’ uit, maar logt uit. “Lekker gemakkelijk!”, gooit hij erachteraan.

Met een snok draait ze haar hoofd en trakteert hem op haar vuilste blik. Wanneer dit koppel het oneens is met elkaar, benoemt Bastiaan herhaaldelijk wat hij voelt. Hij dwingt tijd en aandacht af om het uit te klaren. Maar Nanette danst op andere muziek. Ze leerde dat ze het conflict liever laat afkoelen omdat emotionele mensen geen redelijke gesprekken kunnen voeren. Het epicentrum van hun aardbeving is de badkamer. Nanette heeft tijd (véél tijd) nodig om zich klaar te maken voor de nacht. Ze houdt van het prullen, van haar kleine rituelen. We ontdekken wat het nauwgezet wegwassen van haar make-up en het smeren van serum en crèmes voor haar betekent: de overgang tussen wat voorbij is en wat komen gaat. Laagjes eraf, laagjes erbij.

“Niets hoeft of moet dan nog,” zucht ze. Maar Bastiaan, die onder de douche vlug zijn tanden poetst, ligt lang voor haar al in bed. Zijn uitnodiging om toch wat sneller in zijn armen te komen liggen, bleef onbeantwoord. Vragen werd smeken, smeken werd eisen. Het gaat al lang niet meer over make-up, of over een laagje minder. Het gaat over hoe een koppel omgaat met tegenstrijdige belangen. En deze geliefden strijden, hebben geen oog meer voor het verkenningsproces waarbij met nieuwsgierigheid onderzocht wordt hoe de ander in elkaar zit. Als de nacht valt, voelt Nanette de nood om met zichzelf te verbinden, en Bas wil dit net met haar doen. Het gedrag van de ander wordt gewogen en losgekoppeld van de onderliggende behoefte. Nanette krijgt het verwijt egocentrisch te zijn, en als hij haar écht op de kast wil krijgen, narcistisch.

Bastiaan belichaamt een op seks beluste bruut, een primaat met paardrang, en als ze hem écht op de kast wil krijgen, een onverzorgde autist.

We ploegen door hun waardeoordelen en zoeken naar common ground. Zo verlangt Nanette naar rust, naar een vacuüm zonder klok. Bastiaan verlangt – verrassing! – net hetzelfde, maar dan met zijn neus in haar haren. Op het bord teken ik twee overlappende cirkels, met het gearceerde gemeenschappelijke stuk ‘rust’. Ik vraag om de onderhandeling in te zetten met eigenbelang en winnen als doel. Opnieuw verscherpt het conflict. Bitsen en roepen doet hij, zij vlucht in de toren van haar burcht, beschermd door een diepe slotgracht. Als ik het doel verander naar ‘de baas wil vrede en een compromis’, duurt de voorbereiding langer en gaan ze voorzichtiger te werk. Ze bevragen elkaar, tasten de onderhandelingsmarge af. Ze ontdekken dat er zich tussen zwart en wit nog heel wat grijswaarden situeren. Uiteindelijk vinden ze hun lang naar verlangde vrede: twee avonden per week beslissen ze om samen, verstrengeld, in te slapen.

“Is het werkelijk zo simpel?” Bastiaans ongeloof is groot.

Allesbehalve, weet ik. Echt begrijpen wat voor de ander belangrijk is, en daar elkaar in tegemoet komen, lijkt op toegeven, dus op verlies (en triggert de pijn), maar is puur goud.

“Als de inzet hoog is, buig dan diep,” antwoord ik.


Column in De Morgen Magazine, zaterdag 13 april 2024

41 weergaven

Recente blogposts

Alles weergeven

Kommentare


bottom of page