top of page

Maarten en Sofie

Maarten en Sofie

 

“Voor je meisjes kan je zachter zijn?’ roept Sofie. De emotie grijpt haar letterlijk bij de keel, want ze klinkt hoog en schril. ‘Jij denkt dat je zacht voor jouw dochters bent, maar feitelijk gezien zullen we pas later weten of dit effectief als zachtheid of vooral als lafheid zal beschouwd worden, maar los daarvan hou jij je niet in om keihard voor míjn zonen te zijn.”

Sofie bezit het talent om lange zinnen te bouwen, het soort waarvan je eerst betwijfelt of ze wel ergens heen gaan, maar die telkens mooi landen en nog steek houden ook. Maarten buigt zijn hoofd en als ik een woord mag plakken op wat ik zie dan kies ik ‘vermoeidheid’.

“Jij wil dat we naar Jaela komen omdat je vindt dat we niet goed communiceren,” zucht hij, “maar ik denk dat we dat net veel te veel communiceren.”

Maarten en Sofie wonen al vier maanden niet meer samen. Door de kinderen en de menings- en opvoedingsverschillen werd het delen van tafel en bed onhoudbaar. Samen hebben ze er vijf. Kinderen, want hun ruzies kunnen ze niet meer op één hand tellen. Maar vijf kinderen, dat vinden ze echt te veel: vooral die van de andere partner. Bovendien is Maarten ontzettend toegeeflijk als het over zijn kinderen gaat. Vindt Sofie. Als tegenargument brengt Maarten in dat zijn dochters die harde hand niet nodig hebben. Als bekrachtiging extrapoleert hij het naar hun sekse. Sofie briest.

Ik grijp in door haar te helpen met het verwoorden van wat er onder de woede schuilt; verbaal is ze de sterkste van de twee, maar ook degene die, voor haar welzijn, kan leren om te stoppen met strijden.

Dit koppel vecht met afspraken en grenzen. Sofie vindt dat Maarten onredelijk streng is voor haar zonen. Maarten vindt dat hij streng móet zijn omdat zij hun brutaal gedrag tolereert. Maarten beschuldigt haar van compensatie. Sinds de scheiding denkt Sofie dat alles wat slecht is door die scheiding veroorzaakt werd en dus haar schuld is. Sofie denkt dat alles wat slecht is net door die scheiding veroorzaakt werd, en dus háár schuld is.

Zo verwoordt ze: “Ik voel me als shit, ik ben gekwetst en fundamenteel eenzaam. Ik ben dubbel gekloot want ook mijn kinderen zien af, en hen zien afzien, dat is nog erger dan mijn eigen miserie belichamen. Ik wil iedereen de kop afbijten. Het is sterker dan mezelf, maar ik snap dat het voor jou ook niet simpel is om dag in dag uit met een moordzuchtige leeuwin te leven.”

We zijn er. Bij de moordlustige leeuwin. Maarten kijkt naar zijn gezellin en ziet haar ook. Ik vraag hem in zijn eigen woorden te herhalen wat Sofie juist zei. Hij staart me aan.

“Dat kan ik niet.”

Ik zoek samen met hem naar een benaming van het gevoel dat hij blijkbaar bij Sofie oproept. Hij zwijgt en kijkt uit het raam. Het is werken en hopen. Na tien minuten eindigen we bij de zin: “Ik vind het erg voor haar.”

Ik vraag naar wat Sofie van hem verwacht. Daar kan hij wel op antwoorden. Hij zegt dat ze wil dat hij zich ‘laat doen’ door drie puberkoppen.

Zijn schouders hangen, zijn ogen staan dof maar zijn mond spuwt volgende woorden uit:

Haar zonen zijn onuitstaanbare, losgeslagen etters.

“Die zonen van haar zijn onuitstaanbare, losgeslagen etters die denken dat de wereld voor hen een rode loper zal uitrollen. En wie van de drie de ergste is, kan ik niet zeggen.”

En net zoals die leeuwin, ervaart Sofie de dreiging van een nieuwe heerser, die om de toekomst van zijn eigen gebroed te verzekeren haar welpen wil en zal doden.

 

 



 Column De Morgen Magazine, 13 januari 2024

46 weergaven

Recente blogposts

Alles weergeven

Marie

Commentaires


bottom of page