top of page

Thibault

Ik zoem hem binnen en ik hoor gestommel. Wanneer ik mijn hoofd om de hoek steek, zie ik Thibault rommelen aan de tussendeur. Hij verontschuldigt zich voor de overlast en hobbelt naar de wachtkamer die ik hem aanwijs. Het knooplint van zijn regenjas sleept over de grond. Na enkele minuten verwelkom ik hem in mijn ruimte. “merci”, zegt hij, zijn ‘r’ rollend. Wanneer hij gaat zitten, komen de knoopjes van zijn witte hemd onder spanning te staan. Hij draagt geen onderhemdje en ik zie zijn navel. Ik vraag hoe ik hem kan helpen. Hij schuift met zijn vinger zijn bril wat hoger op zijn neusbrug.

“Ik weet het niet”, zegt hij. “Begin bij het begin?” suggereer ik. “Wat gebeurde er net voor je dacht: ik moet met iemand gaan praten.”

Ik kijk in twee zachte maar vochtige ogen. Het gesprek gaat moeilijk, want hij spreekt voornamelijk Frans. Natuurlijk mag hij het in zijn moedertaal met me delen. Dat helpt. Twee weken geleden kwam hij thuis in een leeg appartement. Er stond zelfs geen krukje meer om op neer te zakken. Want dat deed hij. Zijn benen konden de shock niet dragen. Die nacht sliep hij op zijn net opgeschuurde visgraatparket, zijn jas als deken. Alsof ze hem nog een hak wou zetten, roken de kasten allemaal naar Naomi’s parfum. Op de ijskast plakte een post-it. Er stond: ‘Nu heb je alle tijd voor jouw hobby. Smakelijk!’ Het papiertje was roze en had de vorm van een hart. In tegenstelling tot het appartement zat de ijskast stampvol. Opwarmmaaltijden, blikjes cola, 365-charcuterie en blokken jonge kaas. Op een aanrecht lagen zakken chips en chocoladerepen in bulk. Mijn opgetrokken wenkbrauwen moedigen hem aan.

Hij eet te veel, geeft hij toe. Daar had ze het bijzonder moeilijk mee. Hij legt zijn handen op zijn buik en vertelt dat hij tijdens relatie, die die driejaar duurde, vijf keer door haar op dieet werd gezet.

Haar teleurstelling in hem, als een nietsontziende modderstroom, besmeurde alles wat er tussen hen wel nog goed zat. Hij werd zijn buik. Onoverkomelijk bleek het. We ontrafelen dat het niet Naomi’s effectieve vertrek en het daaruit volgende gemis was, maar wel de shock op zich die zijn bodem wegsloeg. Ik teken een tijdlijn waarop we zijn relatie met eten in kaart brengen. Hij had er altijd al een aanleg voor, maar de laatste tijd is het erg, bekent hij. Hij werpt me de blik van een geslagen hond toe, en die blik benoem ik. Ik vraag hem om op tien te quoteren hoeveel feedback hij vandaag nog aankan want het is veel, zo’n eerste gesprek, en hij ziet af, erken ik. Hij snuit zijn neus in een stoffen zakdoek die hij mooi opgevouwen opnieuw in zijn broekzak opbergt. Ik vraag naar de initialen die erop geborduurd werden. LV was zijn lieve moeder die drie jaar geleden gestorven is. “Drie jaar?”, vraag ik. Hij knikt.

“Drie jaar geleden ontmoette je Naomi.” Hij knikt weer, dit keer met een aarzeling. Ik wijs naar het bord met zijn eetpatroon en duid ook daar die piek aan. Hij schrikt.

Kaas is zijn guilty pleasure, weten we. “Als je een blokje kaas in je mond steekt, wat eet je dan echt?”

Het smaakt naar zacht, naar romige malsheid, naar vol. Ook daar, wijst hij, in zijn buik voelt het dan vol. Want anders…

“Voelt het al drie jaar leeg”, zeg ik.



 Column in De Morgen Magazine van 25 november 2023

60 weergaven

Recente blogposts

Alles weergeven

Marie

Comments


bottom of page