top of page

Nancy en Wim

“Hij zit op zijn geld.” Achteloos deelt Wim me een karaktertrek van zijn bejaarde vader mee. Bij Nancy lokt zijn eufemistische uitspraak een neerbuigend geluidje uit. Ze zijn het er wel over eens dat deze eigenschap de wortel van alle kwaad is. Dit koppel is meer dan 35 jaar samen – “Alleen mensen met veel tijd houden dat bij!” – maar hun samen-stuk kolfde drastisch af tot ze zich niet meer wisten te verhouden tot elkaar. De kinderen zijn ‘allang’ het huis uit, en deze partners kijken met zeer gemengde gevoelens uit naar de laatste dag van hun professionele leven. Bang dat ze de dagen na hun pensioen gaan turven. We werken met de spiegel die hun ouders hen voorhielden en we belanden bij hedonisme. Op welke manier promoveerden ze genot tot hun hoogste goed? “Voor genot heb je geld nodig. Alles wat leuk is, kost geld!”, poneert Wim. Mijn marker piept het woord ‘geld’ op het whiteboard. Wims moeder had zorg nodig, meer dan vader kon bieden. Wim en Nancy hebben hem op verschillende manieren en momenten gepoogd te overtuigen van het nut van maaltijd- en poetsdiensten, van verpleging aan huis, maar hij wou er niet van weten. Wegens véél te duur. En zo verhuisde hij, onvermijdelijk en dik tegen zijn zin, mee naar het woonzorgcentrum. Wim, zijn zussen en Nancy hebben het huis leeggehaald en vonden achter zetelkussens, onder tig lege batterijen in koffieblikken, tussen vloerplanken, achter afzuigroosters, in moeders enige bontmantelbinnenzak, in de oven, in de diepvriezer en de niet gebruikte vaatwasser (“Weet je wel hoeveel dat verbruik kost?”) dikke enveloppen met geld. “Met dat geld had hij ons moeder zeker nog vijf lange jaren thuis kunnen houden en alle zorgdiensten vlotjes betalen.” Wim is ontzet, en wat ik zie, leunt aan bij geschokt.

Wanneer ik zijn ontreddering aanneem, ontdekken we dat het niet uitgeven van geld, in zijn extreemste vorm, symbool staat voor alle niet benutte levenskansen.

De door de oorlog getekende generatie heeft een bijzondere verhouding met geld, maar bij Wims vader werd die een manifestatie van de onder de waterlijn gezonken ontwikkelingstaken. En wat doet Wim met deze erfenis? Mijn vraag lokt opnieuw een non-verbale reactie uit Nancy. Ik kijk haar vragend aan en de ingeslikte woorden trek ik uit haar keel.

“Wim staat zijn hele leven op spaarstand.” Hij voedde de kinderen op met ‘Pas op voor…!’ en leeft volgens het ‘Doe maar gewoon!’ en het ‘Hou het simpel!’-principe. Als ik vraag naar het effect van Wims bescheiden levenshouding op haar romantische gevoelens zegt ze goudeerlijk dat ze er niet warm van wordt. Hij verantwoordt zijn gedrag: hij heeft geleerd om te verdwijnen en zijn ouders geen last te bezorgen. “Wat is er nú nodig om jouw bestaansrecht te durven of te mogen vieren”, vraag ik. Ook Nancy heeft haar aandeel. Op welke manier nam ze Wim bij de hand, en laveerde ze hem liefdevol naar waar zij blij van wordt? Op welke manier vulde ze de leegte in haar hart? Het schemert buiten, ik knip het licht aan. Door het open raam horen we de aanstekelijke vreugdekreten van de naast de praktijk wonende broertjes. Op deze eerste lenteavond springen ze na een lange, grijze en natte winter, levenslustig hun trampoline wakker. Wim vraagt om het raam te sluiten.

 


Column De Morgen Magazine, zaterdag 15 juni 2024

44 weergaven

Recente blogposts

Alles weergeven

Niki

Marie

Comments


bottom of page