top of page

Annick en Kristien

Annick groeide op in een wijk waar de huizen gescheiden werden door heggen en paardenweien. Op het einde van haar straat, waar het asfalt verzandde, woonde Kristien. Toen Kristiens moeder haar babydochter aan de eerste zonnestralen liet wennen, trok kleine Annick – die bijna twee werd – zich op aan de koets. Het ding wiebelde gevaarlijk waardoor de twee moeders ingrepen, maar Annick had enkel oog voor haar buurmeisje. Het samenspel van de meisjes evolueerde naar Madonna luisteren met elk een oor tegen de gele mousse doppen van Kristiens walkman, winkelen in het Century Center en dronken worden in het studentencafé Marmitte. Onafscheidelijk pogoënde ze op de Pixies en zwierden ze hun haren los. Kristien werd advocate, Annick hopte van de ene studierichting naar de andere om uiteindelijk in de horeca te belandden. Verkeringen gingen aan en af en hun gebroken harten treurden mee met de titelsong van Titanic. Toen ze trouwden waren ze elkaars huwelijksgetuigen. Voor de grap tekende Kristien, naast de vinger van de ambtenaar van de burgerlijke stand, een kruisje (want een hartje mocht niet) als handtekening. Ze besloten tegelijk aan kinderen te beginnen. Kristien bleef ongewild kinderloos, Annick kreeg twee dochters. Samen huilden ze Kristiens verdriet uit. Het dubbele meterschap van Annicks meisjes depte de wonde. Toen de dochters groter werden, ging Annick opnieuw studeren. Kristien blonk van trots. “Zie je wel, je bent wél slim!”

Toen sloeg het Coronavirus toe en het land ging op slot. Tijdens die eerste golf werd Kristien ziek. Zelfs met Annicks krachtigste bouillonsoep, verzwakte Kristien dramatisch en belandde ze op intensieve zorgen. Haar man mocht Kristien niet bijstaan en huilde Annicks schouder nat. Met de hulp van enkele meelevende verpleegkundigen werd Kristiens iPad met het netwerk verbonden. Wat eerst nog met taal en adem kon, werd door de beademing onmogelijk.

Annick troostte zich met de beelden van Kristiens op en neer gaande borstkast. "Zo lang er beweging is, is er hoop.”

Op 28 maart sterft Kristien. Alleen. Er was geen tijd voor aandachtige gesprekken, betekenisvolle nazorg. Omdat Kristiens man ‘zijn hersenen niet rond de werkelijkheid heen gewikkeld kreeg’, zijn gekrijs onder zijn donsdeken dempte, regelde Annick de begrafenis. Deze belangrijke afscheidsceremonie leek door het snel in elkaar geflanste scenario op een bevreemdende scène uit een goedkope Netflixreeks, met haar vijftien genodigden op anderhalve meter afstand. Door de natrillingen van de shock vergat Annick zichzelf. Ze sukkelde in een diepe, zwarte put.

Ze slikt pillen en voelt helemaal niets meer, zegt ze.

“We zijn drie jaar verder. Het moet toch voorbij zijn?” Haar wanhoop klinkt schor.

Rouw begint met fysiek afscheid nemen. Het lichaam zien, voelen hoe het afkoelt, heeft een mens nodig om ten volle te beseffen dat de geliefde er niet meer is waardoor het rouwproces kan beginnen. Maar ook het elkaar kunnen omarmen en tranen opvangen is cruciaal bij verlies. In overleg met haar psychiater bouwen we de medicatie af, elke week komt ze naar hier. Gecompliceerde rouw vraagt ondersteuning, tijd en mildheid. We werken samen aan een nieuw afscheid. We knutselen een prachtige grote doos waaraan Annick elke week een herinnering aan Kristien toevertrouwt. Ze huilt (eindelijk!), brult, verlaat soms stampvoetend deze kamer, maar we organiseren een geüpdatete begrafenis en nodigen al Kristiens vrienden en familie uit. Op de geprikte dag zingt Annick ‘Lucky star’ van Madonna. Ze zet een kistje met Kristiens spullen van haar tijd op intensieve op het graf. Annick steekt haar laatste afscheidsbrief er bij. Ze ondertekende hem met een kruisje. En een hartje.


Column, De Morgen Magazine, zaterdag 2 maart 2024

 

41 weergaven

Recente blogposts

Alles weergeven

Soof

Lize

Comentários


bottom of page