top of page

Manu en Serge

“We hadden er gewoon nooit aan mogen beginnen!”, roept Serge. Manu, zijn man, steekt verontwaardigd zijn handen in de lucht.

“Schat, een beetje laat, niet?” Manu had al aangegeven geen geduld meer te hebben, want gedane zaken nemen geen keer. Hij vraagt, een tikje pedant, of Serge het fijner had gevonden om horens te dragen? “Je bent een stier in bed, maar get a grip! Alsof wij een leven lang alleen maar elkaar zouden savoureren? Komaan baby, keep on dreaming”, sist hij.

Manu wilde hun relatie opengooien en ze vonden de perfecte match op een online datingplatform. Maar Tomas had vooral aandacht voor Manu, en Serge, die als kind in twee pleeggezinnen en in een opvangtehuis voor delinquente jongeren opgroeide, had zijn hand overspeeld. Hij verviel in ernstig jaloers gedrag. Hij kreeg opnieuw angstaanvallen en dat kneep Manu de keel dicht. Ik vraag waarom hun keuze juist op Tomas viel. Beiden geven antwoord, bieden tegen elkaar op en de decibels stijgen. Aan dit kibbelkabinet heb ik al enkele weken een stevige kluif. Heerlijke mannen, heerlijk eerlijk, maar luid. En niet bang om met het hoofd vooruit het conflict in te stormen. Ik heb mijn stem moeten verheffen, ik ben zelfs recht gaan staan, ik heb ze – als een juf – niet naast elkaar laten plaats nemen, ik ben heel stil geworden, ik heb mijn emoties benoemd en het effect dat ze op mij hebben ook, maar het heeft allemaal niet geholpen. Ze blijven ruziemaken. ‘Kijk naar uzelf’, ‘zegt zij’, ‘hier, hoor haar’, ‘talk to the hand, bitch’, ‘trut’, ‘hou uw snavel/kwek/franke teut/big mouth shut’. 

Manu wilde hun relatie opengooien maar Serge verviel in ernstig jaloers gedrag.

Ik hoorde het allemaal, ze hadden het niet over of tegen mij. Ik leerde aanvaarden dat zij nu eenmaal zo met elkaar communiceren. Alleen slaag ik er niet in om de diepere betekenis, het randje tussen hun kwetsbaarheid en woede weg te krabben. We zagen elkaar om de twee weken en ik verhoogde de frequentie tot een wekelijks weerzien om potentiële conflicten sneller te couperen maar we laveren tussen de brandjes die ik probeer te blussen. Op de fiets naar huis begrijp ik het. Niet ik, maar zij horen de brandjes te blussen, zij moeten het willen keren en de inspanningen leveren, maar ik ben degene die uitgeteld in de touwen hang.

De volgende sessie sta ik aan de deur. Ik schud ze elk, waar ze vreemd van opkijken, plechtig de hand en ik overhandig Manu twee steekkaarten. Ik wijs ze een stoel aan, die ik in de uiterste hoeken van de kamer positioneerde, en neem de leiding. Ik vraag aan Manu te zwijgen en te observeren, enkel indien nodig mag hij zijn kaarten inzetten. Met Serge maak ik het schema van zijn oorsprong. Aan één papierflap hebben we niet genoeg, want gezin van herkomst, pleeggezinnen en tehuizen krijgen alle aandacht en plaats. Serges verhaal is er een zoals zovele, van verwaarlozing en verharding, van fysieke en emotionele pijn, van eenzaamheid en verdriet, van verdoving en seks, van schaamte en verraad, van vertrouwen en herstel. Ik vraag aan Manu wat hij allemaal ervaren heeft door een vlieg op de muur te zijn.

“Ik snap het, ik snap jou”, erkent hij. “Ik ben je steun, je maatje. Maar door Tomas…”

“Lijk je mij te verraden, te willen kwetsen en zal je mij in de steek laten”, vult Serge geëmotioneerd aan.

“Zoals iedereen voor mij al deed”, begrijpt Manu.

Het blijft minutenlang stil. Erg stil.

 


Column in De Morgen Magazine, zaterdag 16 maart 2024

53 weergaven

Recente blogposts

Alles weergeven

Soof

Lize

コメント


bottom of page