top of page

Dirk en Hilde

In twee jaar tijd verloren Dirk en Hilde eerst hun moeders, daarna hun vaders.

Het patroon waarin de man alleen achterblijft, wordt door de statistieken niet ondersteund, want vrouwen behoren toch hun man te overleven? Voor de kinderen van deze ouders was dat ook het geprefereerde scenario, want taaie moeders, minder capabele vaders. Maar de eerder gemailde hulpvraag van dit koppel ging over een ander verlies. Bij beide moeders werd de ziekte van Alzheimer vastgesteld. Bij Dirks moeder hadden de drie kinderen het niet door dat er iets mis was omdat Dirks controlerende vader alle moeite deed om de achteruitgang van zijn vrouw te verbergen. Pas toen het dramatisch verkeerd liep, en hij niet anders meer kon, lichtte hij zijn kinderen in. Het afscheid volgde sneller dan waar Dirk op voorbereid was waardoor hij verweesd achterbleef. Voor Hilde, die een bijzondere en warme band had met haar moeder, liep het anders. Zij was degene die met haar moeder naar de dokter reed en de diagnose als eerste te horen kreeg. De aftakeling ging veel te snel, sneller dan de belofte die ze in de cijfers las. “Hoe kan een mens hierop voorbereid zijn?”, vroeg Hilde zich terecht af. Ze stierf en Hilde verloor haar moeder voor de tweede keer. Maar toen ze het hele proces bij haar vader – de diagnose, het niet meer als dochter herkend worden, de opname, het bedlegerige, tot het moeten afgeven van het omhulsel waarin hij geleefd had – nog eens over moest doen, brak ze. Bij Dirk besloot zijn vader dat het allemaal welletjes was geweest. In een maand waarin het maar niet wilde stoppen met regenen, verdeelde hij de waardevolle voorwerpen in drie. Op elke stapel lag een afscheidsbrief. Dirk was degene die het maar vreemd vond dat zijn vader de telefoon niet opnam, want op zondagavond was hij altijd thuis. Om acht uur reed Dirk, met zwiepende en piepende ruitenwissers, naar zijn ouderlijk huis. Daar vond hij zijn vader.

Tot de ziekenwagen aankwam, probeerde hij hem nog te reanimeren. Het leverde hem een schouderklopje van de ambulanciers op.

En een gevoel van derealisatie en depersonalisatie dat hem niet meer verliet. Zijn tijdsbesef was veranderd, de wereld en de anderen voelden maar vreemd en wazig aan.

Zelfdoding komt meer voor bij mannen dan bij vrouwen, ook in de late volwassenheid. De methoden die oudere alleenstaande mannen toepassen zijn statistisch bijna altijd succesvol omdat ze drastischer zijn, de doodsintentie meer uitgesproken en hun lichaam kwetsbaarder is. Dit koppel gaat samen door een hel waarvan ze beseffen dat de schok en de leegte hun metgezel zal blijven tot zij of de tijd vinden dat het welletjes is geweest. Meestal vergt het werk dat ik verricht een actieve, interveniërende benadering. Ik ben niet het type hulpverlener dat schrijft, knikt en zwijgt. Maar bij dit koppel luister ik, nabij in stilte. Wat valt er te zeggen? Dat het morgen wél mooi weer wordt? Dat ze hun verleden verloren, maar het heden nog zoveel moois te bieden heeft? Dat ze hun herinneringen moeten koesteren? Het is mijn opdracht om deze mensen dichter bij hun verdriet te brengen, en hun tranen te voelen voor zij dat kunnen. Ik help ze om samen te huilen. Waterwerken. Zonder de betekenis van hun tranen per se te willen destilleren.

Column De Morgen Magazine, zaterdag 1 juni 2024

 

 

 

29 weergaven

Recente blogposts

Alles weergeven

Marie

Comments


bottom of page